COVID maatregelen, verlenging geldigheid voorlopig rijbewijs

Wegens de lock-down periode zijn een aantal voorlopige rijbewijzen vervallen voordat men de kans heeft gehad met die voorlopige rijbewijzen het examen af te leggen. Vandaar dat de geldigheid van sommige voorlopige rijbewijzen is verlengd. Dit is geregeld in artikel 90quinquies van het koninklijk besluit over het rijbewijs:


Koninklijk besluit houdende maatregelen betreffende het rijbewijs naar aanleiding van de COVID-19-crisis (23/04/2020)


Links wetgeving KB Rijbewijs
KB Rijbewijs B

KB Rijbewijs: Artikel 90quinquies

§ 1. In afwijking van dit besluit en van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, worden de in het tweede lid opgesomde documenten, die na 15 maart 2020 vervallen, automatisch verlengd tot en met 31 december 2020, indien hun geldigheidsduur verstrijkt voor deze datum

Deze maatregel betreft de volgende documenten:

1° opgeheven
2° het voorlopig rijbewijs M3 bedoeld in artikel 6 en volgende;
3° het voorlopig rijbewijs M18 bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006;
4° het voorlopig rijbewijs M36 bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006;
5° het voorlopig rijbewijs M12 bedoeld in artikel 5/1, § 1/1 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006.

Betreft verlenging van de geldigheid van de documenten zelf.
M3 : voorlopig rijbewijs met begeleider anders dan rijbewijs B
M18 : voorlopig rijbewijs zonder begeleider rijbewijs B
M36 : voorlopig rijbewijs met begeleider rijbewijs B
M12 : voorlopig rijbewijs met begeleider rijbewijs B na eerder vervallen rijbewijs B

§ 2. In afwijking van dit besluit worden de datums van het einde van de geldigheid van de rijbewijscategorieën vermeld op de in § 1 bedoelde documenten automatisch verlengd tot en met 31 december 2020 indien zij voor die datum vervallen.

Dit betreft de geldigheid per categorie op het voorlopig rijbewijs M3 welke voor meerdere voertuigen kan worden gebruikt.

§ 3. Indien de aanvrager vóór 16 maart 2020 is geslaagd voor het praktisch examen, loopt de in artikel 17, § 1, vierde lid, voorziene termijn van drie jaar tot en met 30 september 2020, voor zover deze termijn niet na deze datum afliep.

Na het slagen voor het praktisch examen moet men binnen de drie jaar het rijbewijs ook daadwerkelijk aanvragen.

Indien de aanvrager vóór 16 maart 2020 is geslaagd voor het theoretisch examen, loopt de in artikel 6, 1°, b), en artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 voorziene termijn van drie jaar tot en met 30 september 2020, voor zover deze termijn niet na deze datum afliep.

Bij aanvraag van een voorlopig rijbewijs moet het theorie examen minder dan 3 jaar oud zijn.

§ 4. In afwijking van dit besluit zijn de in het tweede lid opgesomde documenten die na 15 maart 2020 vervallen, geldig tot en met 30 september 2020 indien hun geldigheidsduur verstrijkt voor deze datum.

Deze maatregel betreft de volgende documenten:

1° het attest bedoeld in artikel 69, § 2;

Voorlopig rijbewijs bij verval van recht tot sturen uit te voeren in het weekend.

2° het attest bedoeld in artikel 69, § 3.

Voorlopig rijbewijs bij verval van recht tot sturen beperkt tot specifieke categorieen van voertuigen.

§ 5. In afwijking van dit besluit zijn de in het tweede lid opgesomde documenten die na 15 maart 2020 vervallen, geldig tot en met 30 september 2020, indien hun geldigheidsduur verstrijkt voor deze datum.

Deze maatregel betreft de volgende documenten:

1° de attesten bedoeld in bijlage 6, VII tot XI;

Rijgeschiktheidsattesten.

2° het attest bedoeld in artikel 73, zevende lid, indien de opgelegde voorwaarden en beperkingen een vervaldatum bevatten.

Attest na psychologische proeven.

§ 6. In afwijking van artikel 17, § 1, vijfde lid, kunnen de rijbewijzen die niet zijn afgegeven na 15 december 2019 alsnog worden afgegeven tot en met 30 september 2020 indien de in dit artikel voorziene termijn van drie maanden voor deze datum afloopt.

Een aangevraagd rijbewijs welke niet binnen 3 maand wordt opgehaald wordt vernietigd.

§ 7. Opgeheven

§ 8. Dit artikel treedt buiten werking op de dag die volgt op 31 december 2020.


Met de laatste staatshervorming is het gewest bevoegd geworden voor de rijopleiding.
Een aantal maatregelen zijn dan ook bepaald door een Ministrieel Besluit van de Vlaamse regering:

Deze tekst is up-to-date met alle opeenvolgende wijzigingen:
Ministerieel besluit van 30 april 2020 .
Ministerieel besluit van 18 juni 2020 .
Ministerieel besluit van 5 november 2020 .

Ministerieel besluit houdende noodmaatregelen inzake mobiliteit en openbare werken (24/03/2020)



DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT EN OPENBARE WERKEN BESLUIT:

HOOFDSTUK 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2020: het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2020 houdende noodmaatregelen inzake mobiliteit en openbare werken;
2° de noodmaatregelen: de noodmaatregelen inzake mobiliteit en openbare werken;
3° de einddatum van de noodmaatregelen: de datum die overeenkomstig artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2020 door de Vlaamse Regering zal worden vastgesteld;
4° de periode van noodmaatregelen: de periode van 16 maart 2020 tot en met de einddatum van de noodmaatregelen.

HOOFDSTUK 2. Modaliteiten van het uitstel in het kader van de rijopleiding, de rijexamens, de examens vakbekwaamheid en de nascholing

Afdeling 1. Het decreet van 9 maart 2018 houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B

Artikel 2.

Indien de termijn waarbinnen een deelnemer overeenkomstig artikel 10, § 2, tweede lid, van het decreet van 9 maart 2018 houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B alsnog het terugkommoment kan volgen, afloopt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 juli 2020, wordt deze termijn verlengd tot en met 31 december 2020.

Indien de termijn waarbinnen een deelnemer overeenkomstig artikel 10, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet alsnog het terugkommoment kan volgen, afloopt in de periode van 2 november 2020 tot en met 30 juni 2021, wordt deze termijn verlengd tot en met 30 september 2021.

Wie het terugkommoment niet tijdig heeft gevolgd krijgt daarvan een aanmaning.
Wie alsnog het terugkommoment volgt binnen 2 maand na het versturen van die aanmaning krijgt geen boete. (kort gezegd)

Dus wie het terugkommoment niet op tijd heeft gevolgd, en een aanmaning heeft gekregen, en de aanmaning is verstuurd zodanig dat het einde van de periode van de 2 maand valt binnen de periode 16 maart 2020 tot en met 31 juli 2020, heeft tijd tot 31 december 2020 dit alsnog te doen zoniet volgt een boete en eventueel vervolging. Valt het einde van de periode van 2 maand binnen de periode 2 november 2020 tot en met 30 juni 2021, heeft men tijd tot 30 september 2021.

Afdeling 2. Het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B.

Artikel 2/1.

Opgeheven

Artikel 2/2.

In afwijking van artikel 32, § 3, derde lid, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, kan tot en met 30 september 2021 het theoretisch examen met tolk meer dan twee maanden na de inschrijving plaatshebben.

Bij examens met tolk mogen groepen worden gevormd die dezelfde tolk delen.
Het examen moet echter wel binnen 2 maand na inschrijving plaatsvinden.

Artikel 3.

In afwijking van artikel 34, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en artikel 8, eerste lid, tweede zin, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, kunnen kandidaten die sinds meer dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretisch examen en op voorwaarde dat de einddatum van de periode van drie jaar valt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 29 september 2021, tot en met 30 september 2021 worden toegelaten tot het praktisch examen.

Artikel 4.

In afwijking van artikel 15, tweede lid, 1°, f), en 4°, b), van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en artikel 5/1, § 1, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, moeten kandidaten die in het bezit zijn van een voorlopig rijbewijs waarvan de geldigheid verstrijkt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 29 september 2021, geen praktisch onderricht volgen in een rijschool om tot en met 30 september 2021 toegelaten te worden tot het praktisch examen.

Artikel 5.

Indien de termijn van drie jaar gedurende dewelke de in een rijschool gevolgde lessen in aanmerking worden genomen, vermeld in artikel 16, derde lid, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, afloopt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 29 september 2021, wordt deze termijn verlengd tot en met 30 september 2021.

Dit is van belang bij het aanvragen van een voorlopig rijbewijs M18 waarbij het een voorwaarde is dat er minstens 20 uur les bij een erkende rijschool is gevolgd. Het gaat hierbij om 20 nog geldige lesuren.

Artikel 6.

Indien de termijn van één jaar gedurende dewelke het slagen in de proef op een terrein buiten het verkeer geldig blijft, vermeld in artikel 39, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, afloopt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 29 september 2021, wordt deze termijn verlengd tot en met 30 september 2021.

Artikel 7.

De kandidaat die voor 2 november 2020 een afspraak heeft gemaakt voor het afleggen van het praktisch examen en waarvan de afspraak door het examencentrum wordt geannuleerd of verplaatst, wordt vrijgesteld van het betalen van de retributiebijslag, vermeld in artikel 63, § 1, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs voor die afspraak.

Artikel 7/1.

In afwijking van artikel 35, 2°, b), 35/1, tweede lid, 2°, c), 36, 3°, b), en 37, 2°, b), van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en artikel 8, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, mogen kandidaten die in het bezit zijn van een voorlopig rijbewijs waarvan de geldigheid verstrijkt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 29 september 2021, tot en met 30 september 2021 dit voorlopig rijbewijs voorleggen om toegelaten te worden tot het praktisch examen.

Artikel 7/2.

In afwijking van artikel 35, 4°, en 37, 5°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, kunnen kandidaten tot het praktisch examen worden toegelaten indien bij het afleggen van het praktisch examen met een voertuig dat valt onder de uitstelregeling, vermeld in artikel 16, eerste lid, van dit besluit, een vervallen keuringsbewijs wordt voorgelegd.

Niet langer van toepassing, uitstel geldige keuring liep af op 4 november 2020.
Dus bij examen moet het voertuig terug een geldige keuring hebben.

Artikel 8.

Met ingang van 11 mei 2020 kan het centrum, bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs opnieuw rijgeschiktheidsonderzoeken uitvoeren.

Voor de bestuurder wiens rijgeschiktheidsattest, vermeld in bijlage 6, punt XII, van hetzelfde besluit verstrijkt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 30 december 2020 en op voorwaarde dat de bestuurder voor 11 juni 2020 contact opneemt met het centrum, bedoeld in artikel 45 van hetzelfde besluit om een afspraak te maken, blijft de toelating die werd verleend door de geneesheer van het voormelde centrum gelden tot en met 31 december 2020, tenzij het voormelde centrum een andersluidende beslissing neemt en de betrokkene hiervan inlicht.

Dit betreft CARA

Afdeling 3. Het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E

Artikel 8/1.

Opgeheven

Artikel 8/2.

In afwijking van artikel 27, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E, kan tot en met 30 september 2021 het theoretisch examen met tolk meer dan twee maanden na de inschrijving plaatshebben.

Artikel 9.

In afwijking van artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt de geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid dat verstrijkt in de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 augustus 2020, verlengd met zeven maanden te rekenen vanaf de vervaldatum ervan.

Artikel 10.

Indien de geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid afloopt in de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 augustus 2020, wordt de termijn om nascholing te volgen verlengd met zeven maanden te rekenen vanaf de vervaldatum van het bewijs van vakbekwaamheid.

In afwijking van artikel 8, § 5, van het hetzelfde besluit, komen de kredietpunten die toegekend werden naar aanleiding van cursussen die ten gevolge van de in het eerste lid vermelde verlenging meer dan vijf jaar geleden werden gevolgd, in aanmerking voor de verplichte naschoolse vorming en als bewijs van 35 kredietpunten.

Artikel 10/1.

Indien de termijn van drie jaar gedurende dewelke elk geslaagd deel van het theoretisch examen geldig blijft, vermeld in artikel 29, vierde lid, en 36, zesde lid, van hetzelfde besluit, afloopt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 29 september 2021, wordt deze termijn verlengd tot en met 30 september 2021.

Artikel 10/2.

In afwijking van artikel 32 en 39 van hetzelfde besluit, kunnen kandidaten die sinds meer dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretisch examen en op voorwaarde dat de einddatum van de periode van drie jaar valt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 29 september 2021, tot en met 30 september 2021 worden toegelaten tot het praktisch examen.

Artikel 10/3.

Indien de termijn van drie jaar gedurende dewelke elk geslaagd deel van het praktisch examen geldig blijft, vermeld in artikel 35, § 1, tweede lid, en 42, § 1, vijfde lid, van hetzelfde besluit, afloopt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 29 september 2021, wordt deze termijn verlengd tot en met 30 september 2021.

Artikel 10/4.

Opgeheven

Artikel 11.

De retributie, vermeld in artikel 74ter, §1, van hetzelfde besluit, die betaald werd door de kandidaat die voor 2 november 2020 een afspraak heeft gemaakt voor het afleggen van het examen en waarvan de afspraak door het examencentrum wordt geannuleerd of verplaatst, wordt terugbetaald door het examencentrum.

Afdeling 4. Het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B

Artikel 11/1.

Opgeheven

Artikel 11/2.

Opgeheven

Artikel 12.

Indien de termijn waarbinnen een deelnemer overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit het terugkommoment moet volgen, afloopt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 juli 2020, wordt deze termijn verlengd tot en met 31 december 2020.

Indien de termijn waarbinnen een deelnemer overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit het terugkommoment moet volgen, afloopt in de periode van 2 november 2020 tot en met 30 juni 2021, wordt deze termijn verlengd tot en met 30 september 2021.

Indien de termijn waarbinnen een deelnemer overeenkomstig artikel 6, vijfde lid, van hetzelfde besluit een aanvraag tot uitstel moet indienen, afloopt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 juli 2020, wordt deze termijn verlengd tot en met 31 december 2020.

Indien de termijn waarbinnen een deelnemer overeenkomstig artikel 6, vijfde lid, van hetzelfde besluit een aanvraag tot uitstel moet indienen, afloopt in de periode van 2 november 2020 tot en met 30 juni 2021, wordt deze termijn verlengd tot en met 30 september 2021.

Artikel 13.

Indien na het verkrijgen van uitstel, de nieuwe termijn, waarbinnen een deelnemer overeenkomstig artikel 6, zevende lid, van hetzelfde besluit het terugkommoment moet volgen afloopt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 juli 2020, wordt deze termijn verlengd tot en met 31 december 2020.

Indien na het verkrijgen van uitstel, de nieuwe termijn waarbinnen een deelnemer overeenkomstig artikel 6, zevende lid, van hetzelfde besluit het terugkommoment moet volgen, afloopt in de periode van 2 november 2020 tot en met 30 juni 2021, wordt deze termijn verlengd tot en met 30 september 2021.

HOOFDSTUK 3. Modaliteiten van het uitstel in het kader van de rijscholen

Afdeling 1. Het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen

Artikel 13/1.

Opgeheven

Artikel 13/2.

Opgeheven

Artikel 14.

De geldigheidsduur van de stagetoelatingen die voor 2 november 2020 werden afgegeven, wordt, in afwijking van artikel 33, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, verlengd tot en met 30 september 2021.

Artikel 14/1.

In afwijking van artikel 34, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt de benoeming van de examencommissie verlengd tot en met 30 september 2021.

Artikel 14/2.

In afwijking van artikel 14, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, duurt de opleiding die tijdens de kalenderjaren 2020 en 2021 moet worden gevolgd, in totaal minstens twaalf uur voor beide jaren samen.

Betreft bijscholingen.

Artikel 14/3.

De voertuigen die voor 16 maart 2020 in het register van de lesvoertuigen werden vermeld, mogen in afwijking van de in artikel 18, § 1, 1°, en paragraaf 2, 1°, van hetzelfde besluit vermelde duur een jaar langer worden gebruikt.

Het besluit bevat ook volgende hoofdstukken die hier niet zijn overgenomen:

HOOFDSTUK 4. Modaliteiten van het uitstel in het kader van de technische keuring van voertuigen

HOOFDSTUK 5. Modaliteiten van het uitstel in het kader van de toegang tot het beroep en de toegang tot de markt van personenvervoer en goederenvervoer over de weg

HOOFDSTUK 6. Modaliteiten van het uitstel in het kader van het individueel bezoldigd personenvervoer

[HOOFDSTUK 6/1. Modaliteiten van het uitstel in het kader van de controle van de snelheidsbegrenzer en de tachograaf (ing. MB 8 mei 2020, art. 4, I: 10 mei 2020)]

[HOOFDSTUK 6/2. Modaliteiten van het uitstel in het kader van het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ing. MB 8 mei 2020, art. 5, I: 10 mei 2020)]

HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen